Dát wordt een hele grote!

Gek toch, dat een mooie belofte vaak meer waarde krijgt toebedeeld dan bewezen kwaliteit. Ik hoor veel om me heen dat ervaren musici volop terrein verliezen aan jong talent. Is de nieuwe lichting dan beter? Nee, natuurlijk niet, ze zijn goedkoper. En dat telt voor de producent. Zij verkopen een belofte, een klinkend marketingverhaal, waar de consument vervolgens massaal voor gaat. Zeker als dat bevestigd wordt door herhaalde zichtbaarheid bij Bekkand, Witteman, Tan of Van Nieuwkerk. “Wauw, wat een talent… Dat wordt een grote!”

Mea culpa. Meer dan dertig jaar heb ik –naast mijn dirigentschap- meegedraaid in de mallemolen van de marketing. Alles draait daarbij om de juiste balans tussen het uitvergroten van idealen en het stilzwijgen van zwaktes. Als je dat maar vaak genoeg herhaalt, dan wordt dat vanzelf waar. Daarom betalen we massaal veel geld voor dat flesje water, terwijl we dat gewoon uit de kraan kunnen tappen. Zolang we blijven denken dat water uit een plastic fles lekkerder en gezonder is, betalen we er graag duizend keer zoveel voor…

Mijn marketing-carrière begon bij een zomeracademie voor internationaal toptalent. Zes weken lang haalden we wereldberoemde muziekpedagogen naar Bergen (NH) om masterclasses aan internationaal muziektalent te geven. In meer dan 70 concerten kon je horen wat ze geleerd hadden. Geen gevestigde namen, louter studenten.

Ruim 10.000 concertkaartjes met onbekend talent: dat schreeuwde om een list. Toen is de idee van belofte-verkoop ontstaan: “Beleef nu de topmusici van morgen,” riepen we luid en duidelijk. Ideaal, want de kostprijs was laag: de musici betaalden immers om te spelen. En met succes: in de zomerse komkommertijd een gemiddelde zaalbezetting van ruim 80%. Het publiek smulde.

De kracht van de belofte vult steeds vaker podiumplaatsen met jong talent. Student-solisten die voor een appel en een ei hun artisticiteit in wording vertolken. Maar zodra ze afgestudeerd zijn en als professional een inkomen moeten genereren, wordt de muzikale stilte oorverdovend, tenzij ze steun van de grote media krijgen of bereid zijn om ver onder de marktprijs op te treden.

Producenten beginnen nu ook het goedkope amateurkoor te ontdekken, ik schreef er in een eerdere blog al over. De voordeliger onvolmaaktheid was onlangs weer bij Octavia in het Holland Festival te horen. De NRC was duidelijk over het bromkoor. Onder het mom van participatie gestimuleerd door overheidsfondsen, terwijl de steun aan professionele koren systematisch afgebroken wordt. Wie kan mij vertellen wat de gedachte hierachter is?

Waarom verkiezen we steeds vaker een onervaren belofte boven gerijpte kwaliteit? De macht van de marketing reikt ver. Zeker in een sector waarin financiële middelen altijd een primaire uitdaging zijn, is de verpakking belangrijker geworden dan de inhoud zelf.

Maar moeten we talent dan uitsluiten? Natuurlijk niet, ook zij moeten groeien door ervaring. Maar uitbuiten als goedkoop podium-alternatief voor professionals met ervaring is een ander verhaal. Welke toekomst hebben we jong talent anders te bieden?

Ik ben er van overtuigd dat we de kunstensector gezond kunnen krijgen door plezier, talent en professionalisme weer in balans te brengen en ieder in zijn eigen waarde te laten. Het is tijd om de werkelijke waarde van onze ervaren helden in ere te herstellen, in plaats van te bagatelliseren door amateurs en beginnend talent op gelijkwaardig niveau positioneren. Of zijn we al zover heen dat we het verschil niet meer horen?

Vanuit GO! Opera hebben we er bewust voor gekozen om onze projectkoren met ervaren amateurskoorzangers samen te laten zingen met solisten met minimaal twintig jaar podiumervaring. Zangers die het projectkoor vleugels geven vanuit de ervaring die ze zelf hebben.

Deze blog is gepubliceerd als column in ZINGmagazine 

Advertenties

Uit de kast…

Nee hoor, deze blog is geen coming out naar aanleiding van onze nieuwste productie Queen Arthur die een fantastische première heeft gehad in Park Sonsbeek in Arnhem. Hoewel mijn kostuum daar toch ook anders zou kunnen doen vermoeden… Nee, deze blog gaat over de wonderlijke stilte waarmee één op de tien medelanders hun favoriete vrijetijdsbesteding draagt. Waarom?

Er is iets bijzonders aan de hand in de Nederlandse koorwereld. Eindelijk lijkt het door te dringen dat ze geen niche is. Niet binnen de kunstensector en zelfs niet binnen de Nederlandse maatschappij. Integendeel, want meer dan 10% van de Nederlandse samenleving zingt actief in groepsverband. Dat is meer dan -bijvoorbeeld- voetbal.

In een prachtige beweging van synchroniciteit lopen diverse grote initiatieven naast elkaar om verbindingen binnen de Nederlandse koorwereld te creëren en elkaar op het kruispunt van belangen te versterken.

Er is een dialoog op gang gekomen die veel in beweging heeft gezet. Het Nederlands Kamerkoor daalde af van haar elitaire troon en heeft zich met veel succes actief verbonden met de amateurkoorwereld. Grote Helden, wat mij betreft! De korenbonden, verenigd in een passief VNK, gooien het roer om en besluiten gezamenlijk de weg van pro-actieve verbinding op te gaan onder de naam Koornetwerk Nederland. Het Nederlands Koorfestival heeft in de aanloop naar haar 50-jarig bestaan besloten tot een radicale beleidswijziging, waarin samenwerking binnen de sector ruimte moet geven voor een instituut dat gezicht geeft aan de prachtige amateurkoren die Nederland rijk is.

Misschien wel het meest zichtbare -op dit moment- is het Manifest van de Nederlandse Koorwereld, dat door meer dan 300 belanghebbende korenorganisaties is ondertekend en overhandigd aan de Raad voor Cultuur. Een stuurgroep activeert de aandachtspunten van het Manifest. Met een groot eerste succes: voor het eerst in de geschiedenis zit de Nederlandse koorwereld als zelfstandige sector aan tafel met de Raad voor Cultuur om inzicht te geven in een sector die niet alleen groot en divers is, maar vooral ook sterk in beweging.

Het zijn maar vier voorbeelden van beweging binnen de sector, maar ze zijn exemplarisch voor vele initiatieven. Bij deze bewegingen ben ik zelf heel direct betrokken, maar ik weet van binnenuit dat er veel meer in beweging wordt gezet. Maar er is nog heel veel te doen voor het imago van de sector ook buiten de koorwereld zo positief wordt gezien.

In een van de recente gesprekken schrok ik oprecht toen iemand vertelde dat zijn dertienjarige zoon met heel veel plezier in een koor zong, maar toch is gestopt omdat zijn omgeving zingen “niet cool” vindt.

Niet cool…

Het is toch te zot voor woorden dat jongeren niet durven te delen dat ze zoveel plezier beleven aan het zingen in een koor. Uit angst om uitgesloten te worden… Hoogste tijd om uit de kast te komen. Massaal. We zijn immers met 1,7 miljoen actieve liefhebbers in Nederland, onze fans nog niet eens meegerekend!

Schreeuw van de daken dat je in een koor zingt. En laat iedereen weten dat je daar zo enorm veel plezier aan beleeft. Dat het je blij maakt en verbindt met andere mensen. Omdat je naar elkaar leert te luisteren en gezamenlijk week in, week uit mooie momenten van plezier deelt. Unieke prestaties levert. Ieder op zijn eigen niveau, maar allemaal met evenveel bezieling.

En dat we daar trots op zijn mag de rest van Nederland best van ons horen.

Solo

Mijn eerste reactie toen ZINGmagazine mij vroeg om de solo te gaan doen was lichte paniek. “DE SOLO?!?” Ik voelde mijn handen klam worden. “O, de collumn! Pfff… Ja natuurlijk, leuk!” liet ik er na de toelichting zichtbaar opgelucht op volgen.

Door mijn primaire reactie moest ik ook onmiddellijk denken aan de talloze audities en stemtesten die ik als koordirigent af heb genomen. Voor velen reden voor hartkloppingen en klamme handen… Zó herkenbaar!

Toen ik tien jaar oud was begon ik mijn muzikale carrière op electronisch orgel. Ik speelde heel aardig -het instrument bracht me op het conservatorium- maar de verplichte voorspeelavond op de muziekschool was een drama. Een zaal vol publiek. En de enige die speelde was ik. Twee eindeloze minuten lang. Ik was tien en leerde hoeveel fouten je in twee minuten kunt maken…

Tien jaar later kwam dat als een déjà vu op het conservatorium terug. Ik had klassiek zang als bijvak. Een héérlijk vak, maar één nadeel: het onvermijdelijke examen was openbaar. Met zichtbaar trillende knieën heb ik me er doorheen geslagen, tot verbazing van mijn docent.

Maar alles veranderde toen ik een jaar of tien geleden een kerstconcert van een musicalvereniging dirigeerde. Ik viel in voor een zieke collega die een conservatoriumstudent als solist had geregeld. De repetitie verliep uitstekend. Maar al in de eerste helft van het concert maakte de solist talloze onverwachte fouten. Te late inzetten. Verkeerde noten. De spanning was om te snijden…

Gelukkig, het laatste nummer. Ik zie het nog zó voor me: ik zet in, het koor begint en de solist volgt halverwege. Ik kijk naar het koor en ontwaar een vreemde spanning in de ogen van de koorleden, maar ik kan het niet goed plaatsen. Tot ik acht maten voor haar inzet oogcontact met de solist zoek.

De solist? WAAR IS DE SOLIST?!?

Ik kijk verbaasd om me heen, maar ze was er echt niet meer, ze kon de spanning niet aan. Die avond leerde ik hoe snel je in gedachten alle opties kunt overzien. Een paar maten later draaide ik me om en zong foutloos de sterren van de hemel. Ik voelde de opluchting van de zangers achter me, die als één geheel met meeademde. Het luid applaudiserende publiek dacht dat het zo helemaal de bedoeling was.

Sindsdien ben ik mijn angst voor solo’s zo goed als kwijt, maar nog altijd sta ik veel liever gewoon op de bok. Vandaaruit laat ik mijn koorleden en solisten graag stralen. En iedere keer als ik weer een stemtest afneem, kijk ik de zanger eerst even aan en voel het klamme zweet al in hun handen. Ik weet precies hoe ze zich voelen en stel ze eerst even op hun gemak.

Zingen is immers gewoon leuk, geniet ervan!

Deze blog is gepubliceerd als column in ZINGmagazine

Onbezoldigd professioneel

Schermafbeelding 2017-03-07 om 12.43.09.png

Deze week verscheen op Culturele-Vacatures.nl een interessante vacature van het Holland Festival. Ze zoeken 80 koorzangers voor de wereldpremière van de opera Octavia. Trepanatie. Een professionele operaproductie, zoals in de eerste alinea staat omschreven. Maar boven de advertentie staat toch heel duidelijk “onbezoldigd”. Ik lees de aanhef toch nog even opnieuw, want ik ben een beetje in verwarring gebracht, maar het staat er echt: Het Holland Festival zoekt voor een professionele operaproductie onbetaalde koorzangers. 

Oef.

In totale verwarring laat ik de vacature even bezinken om me goed te beseffen wat ik hier nu lees. Onbezoldigd professioneel. Mis ik iets? Zie ik iets over het hoofd? Het gaat hier om een zwaar gesubsidieerde productie binnen een zwaar gesubsidieerde organisatie met een grandioze kaartverkoopmachine. Een samenwerking vanuit het Muziektheater aan het IJ in Amsterdam en het Stanislavsky Electrotheatre uit Moskou, ook niet bepaald amateurs. Dat is toch onwijs gaaf om als ervaren amateur koorzanger je tanden in te zetten? Meezingen tijdens een wereldpremière in het Holland Festival. Een droomkans!

Natuurlijk, maar toch krijg ik er om meerdere redenen de kriebels van. Ik schat in dat iedere musicus op dat podium betaald wordt, ook de orkestleden. Uiteraard, want amateur-instrumentalisten bij een dergelijke wereldpremière is ondenkbaar. Hoeft het koor dan bij zo’n productie dan niet op datzelfde professionele niveau te zitten? Of is de Nederlandse amateurkoorwereld inmiddels zo goed ontwikkeld dat het verschil tussen ervaren amateurs en professionele (koor)zangers niet meer hoorbaar is? Waarom wordt voor een dergelijke productie het Groot Omroepkoor niet ingeschakeld? Of het Koor van De Nationale Opera? Beiden behoren in hun genre tot de wereldtop. Of, als het echt projectmatig ingevuld moet worden, die talloze afgestudeerde zangers die als zzp’er nauwelijks aan werk kunnen komen.

Begrijp me niet verkeerd: ik gun iedere ervaren amateur koorzanger natuurlijk deze droomkans, maar wat ik niet kan en niet wil begrijpen is dat de kunstwereld zelf niet in wil zien dat ze haar eigen voortbestaan aan het ondermijnen zijn. Op deze manier laten ze zien dat we op het allerhoogste niveau best toe kunnen met onbezoldigde, maar ervaren amateurs. En inderdaad, ik denk dat het een hele mooie productie zal kunnen worden, maar de kunstwereld zelf heeft daarmee de lat wéér een stukje naar beneden gehaald.

Onbezoldigd professioneel, het lijkt het nieuwe kunstje in de kunstensector te worden. Het Holland Festival is namelijk niet de eerste waarbij ik het verschijnsel zie. Integendeel. Af en toe zie ik projecten langskomen waarbij amateur koorzangers de rol over hebben genomen van professionals. Ook word ik regelmatig benaderd door reclamebureau’s of ik niet een paar goede amateur koorzangers kan verzamelen voor het inzingen van een commercial. Voor Jumbo bijvoorbeeld, niet bepaald een bedrijf dat heel erg op de kleintjes moet letten. En ja, ik heb er natuurlijk ook wel eens aan toegegeven. Hoe verleidelijk is een live-performance voor 58 wereldleiders bij de Nucleair Security Summit in 2014 in Den Haag. Ik heb er gezongen, samen met een groepje ervaren amateur koorzangers. En we hebben een prachtige klus geklaard, ook besefte ik mij heel goed dat het te absurd voor woorden is dat onze vocale trotsen als het Nederlands Kamerkoor of Cappella Amsterdam daar hadden moeten staan. Te duur. Schokkend, als je de kosten van die NSS Top realiseert, maar ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt, het was immers een droomkans?

Met deze ontwikkeling wordt de kans op betaald werk voor de vele uitstekende professionele zangers in Nederland steeds een beetje kleiner. En dat niet alleen: we laten de maatschappij ook steeds meer geloven dat het verschil tussen die professionele zanger en een ervaren koorzanger verwaarloosbaar is. En dat is bepaald niet het geval, hoe verbaasd ik soms ook in mijn praktijk als koordirigent ben over wat je met amateurs kunt bereiken.

Tachtig amateur koorzangers op een professioneel podium. Volgens de advertentie 282,5 uren aan werk per persoon, het eigen studeerwerk thuis niet meegerekend. Beloning: twee t-shirts en één vrijkaartje. Maar de amateurs hoeven dan ook niet te betalen voor deelname aan dit projectkoor. Nog niet althans. Dat is uiteraard het volgende kunstje waar de sector toe verleid gaat worden: de ervaren amateur koorzanger als noodzakelijke bron van inkomsten.

Ik geloof niet dat dit het verbinden van professionals en amateurs is dat we bedoelen in het Manifest van de Nederlandse Koorwereld dat op 11 februari 2017 aan de Raad van Cultuur is aangeboden…

En, o ja, uiteraard impliceert het ook tachtig professionele zangers zonder werk, maar ja die hoge prijs zien we gelukkig niet, want dat wordt uit een ander potje betaald.


RESPONS VAN HET HOLLAND FESTIVAL
https://www.facebook.com/HollandFestival

Naar aanleiding van bovenstaande blog heeft het Holland Festival de advertentie op Culturele-Vacatures.nl aangepast. Bovendien heeft ze op haar eigen Facebookpagina onderstaande respons geschreven. Hieronder de tekst van deze reactie en ook mijn respons daarop:

Holland Festival Als respons op een aantal reacties:
Onlangs plaatste het Holland Festival een oproep om amateurzangers te werven voor de operaproductie Octavia. Trepanation. De componist van dit werk heeft nadrukkelijk aangegeven dat hij om esthetische redenen en vanwege zijn specifieke werkwijze met amateurs wil werken. Het Holland Festival biedt ieder jaar amateurs een kans met festivalartiesten te werken, meestal áchter de schermen, in de vorm van workshops. Deze bijzondere mogelijkheid voor amateurparticipatie óp het podium wilde het festival dan ook graag benutten. Tot onze spijt is naar aanleiding van de oproep echter enige commotie ontstaan, mede gevoed door een blogpost waarvoor helaas geen wederhoor is gepleegd. Bij sommigen bleek de indruk te zijn gewekt dat het ging om een professionele vacature, die puur om financiële redenen met (onbetaalde) amateurs werd vervuld. Hoewel het misverstand begrijpelijk is, is dit uitdrukkelijk niet het geval. De tekst van de oproep is inmiddels aangepast om duidelijker te maken dat de amateurparticipatie in het geval van Octavia een artistieke wens van het gezelschap is, en geen artistieke concessie. Wat de aanzienlijke tijdsinvestering en bescheiden materiële tegemoetkoming betreft, vertrouwt het festival erop dat deelnemende amateurzangers hun eigen afwegingen maken. We verheugen ons inmiddels gelukkig op een groot aantal aanmeldingen.


REACTIE ROY VOOGD OP DEZE POST OP FACEBOOKPAGINA:

Roy Voogd Dank voor deze nuancering. Het lijkt in ieder geval zeker de aanvankelijke constateringen die ik in mijn blog heb gedaan enigszins te nuanceren, hoewel ik bij de hierboven gegeven uitleg zeker ook mijn vraagtekens plaats. Ik vind het bijzonder dat een componist een rol voor 80 amateurkoorzangers voorschrijft waar toch wel enige eisen aan worden gesteld, en -zoals een cultuurredactie mij vertelde in een interview naar aanleiding van de blog- bovendien van zijn eigen werk zegt dat de partijen “niet waardig genoeg zijn voor professionele koorzangers”. Zonder een waarde-oordeel te willen vellen over dergelijke uitspraken, roept het bij mij nieuwe vragen op binnen een productie die verder op alle niveaus ingevuld lijkt te zijn met professionals. Het is juist intrigerend aan de kunstensector dat spanningsvelden opgezocht worden, dus ik neem de uitleg als “interessant gegeven” aan.

Vraagtekens houd ik ook bij de vacature zelf. Ik heb met mijn blog gereageerd op een advertentie voor een vacature voor koorzangers in een professionele productie. De advertentie van de vacature was geplaatst op een platform voor professionals in de kunst en cultuur. Het woord “amateur” kwam in de aanvankelijke advertentie niet voor. Het woord “professional” echter meerdere malen. Alleen uit de beloning kon je achterhalen dat deze prachtige uitdaging onbezoldigd was.

Terecht heeft HF na de vele ophef die naar aanleiding van mijn blog is ontstaan de advertentie aangepast. “koorzanger m/v” werd “amateur koorzanger”. De urenbesteding werd eruitgehaald. En de tekst werd ook inhoudelijk naar amateurs toegeschreven. Ik heb daarop ook gereageerd dat ik de herstelde duidelijkheid waardeerde. Maar ook dat ik mijn vraagtekens hield over de keuze voor het niveau van het koor.

Gelukkig is dat nu ook opgehelderd!

Een Russische componist en regisseur die zo begaan zijn met de Nederlandse amateur koorzangers dat ze in een verder volledig professioneel ingevulde productie speciaal voor hen een rol toeschrijven. Heel bijzonder, maar onverwacht lovenswaardig!

 

Aan Mark Rutte

Roy aan Rutte FB.jpg

Aan Mark Rutte,

Er is inderdaad iets aan de hand met ons mooie land. Hoe komt het toch dat we zo’n welvarend land zijn, we -gemiddeld genomen- tot de gelukkigsten op aarde behoren, we over het beste onderwijs ter wereld kunnen beschikken, de wereld economisch en toeristisch aan onze voeten ligt, we steeds langer en vitaler van ons pensioen kunnen genieten, maar we met z’n allen toch zo ontevreden zijn? We lijken alleen nog maar bevrediging te kunnen vinden in eigen gewin. En voor de beveiliging die nodig is om wat we hebben vergaard te beschermen.

Natuurlijk, u bedoelt het goed. Hardwerkend, altijd op zoek naar meer. Aangespoord door economische groei als doorslaggevende succesfactor. Met de bankrekening als overtuigende bewijsvoering, in plaats van de sociale samenhang en de emotionele toestand van de mensen om ons heen. Nooit hadden we het beter en toch voert angst de boventoon. Protectionisme over ons geluk beïnvloedt ons dagelijkse doen en laten zo totaal dat we geen tijd hebben om te voelen hoe ongelukkig we zijn. Omdat het ons vertrouwen aantast en respect voor de ander wegneemt.

We zien het nut in van sport, omdat het bijdraagt aan een gezond en vitaal lichaam, dat nodig is om te kunnen functioneren en succes bevestigt. In onze drang om kapitaal te vergaren vergeten we echter maar al te vaak dat we ook de tijd moeten nemen om onze hersenen te voeden. Met kunst bijvoorbeeld. Om ons te laten inspireren en te confronteren. Of om grenzen te verleggen en onze creativiteit te voeden, opdat we ruimbaan kunnen geven aan groei en ontwikkeling.

We denken allemaal dat kunst veel geld kost. En veel tijd, die we niet aan andere zaken kunnen besteden. Aangezien passieve en actieve kunstbeoefening, scheppend en reproducerend, veel inzicht en nuancering vraagt wordt het steevast in de intellectuele hoek geduwd met het etiket ‘Elitair’. Door mensen die alleen nog in one-liners kunnen denken. Communicerend in boodschappen die niet meer dan 140 karakters nuancering mag omvatten.

Ik kan natuurlijk niet spreken voor mensen die kunst als linkse hobby bestempelen. Als verspilling van tijd en geld. Die zijn er altijd al geweest, en die zullen er altijd zijn. De grootste politieke partijen hadden er minder dan een generatie voor nodig om muziek volledig uit het onderwijs weg te bezuinigen. Om creativiteit de nek om te draaien en alle focus te zetten op economisch gedreven leren. Gericht op de financiering van het verhogen van onze welvaart. En met succes: orkesten verdwijnen. Toneelgroepen moeten stoppen. Theaters die de commercialisering van de kunsten niet bij konden houden zijn failliet. Tastbare recente ontwikkelingen die nog veel verder gaan en zich niet alleen beperken tot de kunstensector. Maar erger nog is het langzaam wegkwijnende fundament voor ons geluk in de samenleving.

De wetenschap laat ons steeds overtuigender zien dat kunst meer is dan elitair plezier alleen. Ze toont aan dat kunst, actief beoefenend én passief genietend, onze hersenen laat groeien. Dat door kunst ontwikkelde hersenen effectiever werken: we ontwikkelen niet alleen empatisch vermogen en gaan elkaar beter begrijpen, maar ook functioneren we beter op het werk. Veel beter.

Je zou denken dat kunst dus een hogere prioriteit op de agenda van politici zou verdienen, maar niets lijkt minder waar. Want kunst heeft tijd nodig. Veel tijd. Er gaan generaties overheen om te herstellen wat zo radicaal is wegbezuinigd. En tijd is geld en de meeste politici kijken niet verder dan de eerstvolgende verkiezingen. Dus kan iedere econoom op een bierviltje voorrekenen dat de investering die nodig is om kunst écht in de maatschappij te verankeren onmogelijk binnen een verkiezingstermijn zal kunnen renderen in aantoonbare kapitaalwinst en banengroei.

We denken allemaal dat politici de boel verzieken. Ik zal dat zelf nooit zo zeggen, maar ik insinueer het graag. Gelukkig zijn er altijd politici te vinden die het zelfbeeld van kunstliefhebber willen bevestigen. Die zich verdringen om op de voorste rij bij de jaarlijkse Matthäus in Naarden-Vesting te zitten. Maar vraag ze om diezelfde kunstensector te steunen en ze vallen -terug in de kamer- direct terug in excelsheets met overtuigend bewijs dat onze economie zich dat niet kan permitteren. Bang dat ze beticht worden van steun aan links hobbyisme. Bang dat de massa zich van hen af zal keren. Want wie de massa achter zich heeft staan ziet zijn bankrekening vollopen. En de massa rekent iedere vier jaar af.

Over massa gesproken: Europees onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 1,7 miljoen Nederlanders in koorverband zingen. Met elkaar laten ze hun eigen stem groeien tot een bijdrage aan schoonheid. Aan harmonie. En aan plezier. Ze hebben zich veelal verenigd in ontmoetingsplekken van gelijkgestemden. Waar ze bij elkaar komen om het feest van onze welvaart te vieren. Om samen plezier te maken, meningen te delen, visies te scherpen. Om te leren van elkaar. En van onszelf. Hoe je elkaar ruimte moeten geven om ruimte te krijgen. Om samen prestaties van formaat te leveren. Harmonie creëren én grenzen verleggen. Niet uit winstoogpunt, maar om te groeien. Als mens. Als onderdeel van een geheel. Om samen ons eigen leven te leven. En dan hebben we het alleen nog maar over Nederlanders die in koorverband zingen. Hetzelfde geldt voor instrumentalisten in de talloze orkesten, de bands, solisten, toneelverenigingen, kunstschilders, tekenaars en beeldhouwers, schrijvers en dichters, fotografen en ga zo maar door. Met elkaar miljoenen Nederlanders die de kracht kennen van kunst doen en kunst beleven.

De Nederlandse koorwereld alleen al wordt actief vertegenwoordigd door bijna 10% van de maatschappij. Dat is meer dan de 6% voetballers. Maar door haar opvallend onzichtbare en versplinterde positie in de kunstensector wil de politiek geen sier met de Nederlandse koorwereld maken. En dat is een bijzonder vreemde gedachte, want deze zingende massa bestaat uit een dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving.

Mark Rutte, als dirigent, cultureel ondernemer en bestuurder in de kunstensector zou ik u willen adviseren de kunstensector uw steun te geven, want dat loont. Het geeft een krachtig signaal aan miljoenen kiezers, herstelt maatschappelijke waarden én steunt de Nederlandse economie. Plezier in de samenleving krijgen we er als cadeautje bij.

Dát is het Nederland waarin ik wil blijven wonen. U ook?

 

Roy Voogd
Stichting Amateurkoor
Stichting Nederlands Koorfestival
Stichting GO! Opera
KoorBusiness

 


mark-aan-alle-nederlanders

Bovenstaande open brief aan premier Mark Rutte (VVD) is een reactie op de open brief die hij publiceerde op maandag 23 januari 2017 in de Nederlandse dagbladen:

Een prachtig voornemen

Kerstkaart 2016 BASIC WEB.jpg

Maak ruimte voor schoonheid en plezier in 2017!

Jaar in jaar uit inspireren de dagen rond Kerst en Nieuwjaar vele mensen tot reflectie en vernieuwing. Geen wonder, want de oorsprong van Kerst handelt rond de geboorte van een nieuw mens met een schitterende belofte. Ook het letterlijk inruilen van Oud voor Nieuw op 31 december klokslag 24.00 uur prikkelt de behoefte om het stof van het verleden af te schudden. Vanuit diepgewortelde tradities versieren we ons huis en genieten deze dagen volop van prachtige muziek, lekker eten en knallende kurken. Tijd voor reflectie. Tijd voor elkaar.

Dat jaarlijkse rustpunt wordt meer en meer bittere noodzaak, want de toenemende informatiestroom is allesoverheersend aan het worden. Negativiteit maakt ons alert en verkoopt dus beter dan positiviteit. Verkoopcijfers zijn allesbepalend, dus worden we via talloze mediakanalen op ieder moment van de dag geconfronteerd met alle ellende van de wereld. Het is bijna niet meer voor te stellen dat er ook nog zoveel mooie dingen in deze wereld gebeuren die het leven zin geven.

Natuurlijk moeten we onze ogen niet sluiten voor wat er niet goed gaat in de wereld, maar moet dat per se ten koste gaan van de ruimte voor wat wél goed gaat? Voor berichten die bevestigen dat er zoveel moois in de wereld is om voor te leven. Waar je elke dag weer wakker voor wilt worden.

Ik prijs mij gelukkig met mijn Ingrid, de liefde van mijn leven, mijn prachtige kinderen Jesse, Romée en Kyara, mijn lieve zussen Jolanda en Jacqueline met hun gezinnen en met veel dierbare vrienden. Ik prijs mij gelukkig dat ik mij elke dag weer bezig kan houden met dingen die de schoonheid van het leven bevestigen. Muziek. Kunst. Culinair. Dag in dag uit ervaren we zelf de kracht daarvan. Niet alleen voor onszelf en onze kinderen, maar ook voor al die mensen waar we mee samen mogen werken.

We wensen je daarom heel veel moois toe in het nieuwe jaar. In de vorm van alles waarmee de zintuigen prettig geprikkeld worden. Ga muziek maken. Of kunst kijken. Ga samen lekker eten. Speel een spel, beoefen sport. Maak een wandeling in de natuur. En geniet er volop van. Wees je bewust van alles wat mooi is, want alleen als we daar ruimte voor maken, blijft er ruimte voor het leven.

Dat lijkt me een prachtig voornemen voor 2017. Doe je mee?

World Championship of Chinese Cuisine 2016: een onmogelijke PR-uitdaging

Of: Hoe Nederland rond Prinsjesdag heel even wereldwijd in het centrum van de Chinese smulpaap kwam te staan…

Van 19-21 september jl. werd in Ahoy de 8ste editie van het World Championship of Chinese Cuisine (WCCC) georganiseerd. “Het wàt?” was menig vraag in de aanloop naar het evenement, want hoe populair de Chinees in Nederland ook is, we vinden het hier toch eigenlijk moeilijk te begrijpen dat de Chinese keuken aanleiding kan zijn voor een wereldomvattende competitie op het allerhoogste culinaire niveau. 

Het WCCC 2016 had in de media stevige concurrenten die om publicitaire aandacht vroegen. Het WK had plaats tijdens Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen. In Zwolle organiseerde Neerlands culinaire sterrentrots Jonnie Boer het culinaire topevenement ChefsRevolution. En in Ahoy werd in de aangrenzende hal Gastvrij Rotterdam georganiseerd. Het leek een onmogelijke PR-uitdaging waar ik slechts acht weken voor aanvang door Han Ji en Jim Xu voor werd benaderd. Twee weken later werd ik door de voorzitter Jack Wang officieel als PR-directeur aangesteld: ik had nog zes weken. Met bovendien een promotiebudget waar alleen een lokale Voedselbank blij van zou worden… En toch lukte het om álle landelijke dagbladen, radio en televisie over het WCCC 2016 te laten publiceren.

Van NOS Journaal tot PowNed en van Telegraaf tot NRC: heel Nederland heeft kunnen lezen, zien en horen dat de Chinese Gastronomie heel veel verder gaat dan Foe Yong Hai en Babi Pangang. En daarbuiten, want naast uiteraard de talloze Chinese media, waren ook onder meer de BBC en CCTV America met hun reportageteam naar Nederland afgereisd om verslag te doen van drie dagen lang het allerbeste dat de Chinese gastronomie wereldwijd te bieden heeft. En terecht, want volgens CNN is de Chinese keuken wereldwijd nog altijd de populairste ter wereld die gefundeerd is op meer dan 5.000 jaar culinair erfgoed.

Eenmaal in gesprek met de media begon langzaam het besef door te dringen hoe bijzonder het was dat het WCCC 2016 in Nederland georganiseerd mocht worden. Het was de eerste keer ooit dat de prestigieuze competitie buiten Azië werd gehouden. De moederorganisatie in Beijing, de World Federation of Chinese Catering Industry (WFCCI), kreeg Nederland in het vizier doordat in de laatste twee edities Nederland uitzonderlijk goed presteerde. In 2008 won de Chinees-Nederlandse chef Jack Wang de wereldtitel in Shanghai. Bij de daaropvolgende editie in 2012 in Singapore sleepten wederom twee chef-teams Goud binnen voor Nederland. Het werd de directe aanleiding voor mw Yang Liu, president van de WFCCI, om het WCCC 2016 door Nederland te laten organiseren. En dus werden op 17 september jl. zo’n 400 Chinezen uit de hele wereld ingevlogen voor een competitie die in de hele wereld ontzag inboezemt, behalve in Nederland…

En dat was niet zo verwonderlijk, want de gemiddelde Nederlander is misschien wel gek op Chinees eten, maar veel verder dan Foe Yong Hai en de Babi Pangang komen we niet. Dat die laatste bovendien een Indonesisch gerecht is, zullen maar weinig Nederlanders weten en dat merkte je ook in de vele reportages in de pers. De mediacampagne omvatte dan ook veel meer dan persberichten en uitnodigingen.

Voor de kern van de campagne zette ik in eerste instantie in op voorlichting over de ongekende Chinese gastronomie en de cultuur van de Chinese communities buiten China. Ik heb boeken gekocht met over Chinese culinaire tradities, bezocht enkele authentieke Chinese restaurants (’t was werk hoor… Ja écht!) en ging naar Aziatische winkels voor potjes met Chinese ingrediënten waarvan ik geen idee had wat het kon zijn. Een soort Chinese roulette, zeg maar.

Iedere vrije minuut zat ik op internet om meer informatie te verzamelen. Hoe zit de Chinese keuken in elkaar? Wat zijn de belangrijkste kenmerken? Waarin verschillen de keukentechnieken van de Westerse? Wie zijn de belangrijkste Chinese chefs? Wat serveren de allerbeste restaurants in Beijing, Shanghai, Hong Kong en Singapore? Het werd een héérlijk onderzoek, dat helaas onder grote tijdsdruk stond, maar gaandeweg realiseerde ik me steeds meer hoe fantastisch de Chinese keuken was. En hoe bijzonder de Chinese cultuur was. Er ging een wereld voor me open.

Ik bracht de social media in stelling door in aanvang algemeen te informeren over het Chinese culinaire erfgoed, steeds gekoppeld aan de website van het WCCC. Op YouTube heb ik een eigen WCCC videokanaal opgezet om met waanzinnige documentaires de historie en de belangrijkste keukens uit China, zoals Kantonees, Szechuan, Mandarijn en de dim-sum keuken uit Hong Kong in beeld te brengen en te delen via Facebook, LinkedIn en Twitter. De berichten werden vervolgens consequent op alle relevante culinaire social media-groepen gedeeld.

Na vier weken kwam de culinaire Chinese diesel op gang. Berichten werden gedeeld en de eerste telefoontjes van de media kwamen binnen. De BBC was de eerste die contact opnam voor een grote reportage: ze wilden het team uit Londen volgen in de voorbereidingen en tijdens het WK. EenVandaag volgde voor een reportage over succesvolle Nederlandse Chinese chefs, waar Han Ji van HanTing Cuisine in Den Haag centraal staat, het enige Chinese Michelinster-restaurant dat Nederland rijk is. Televisiestation CCTV America meldde zich voor een grote reportage. NOS Journaal nam contact op en de eerste live-interviews op de radio werden aangevraagd.

En toen ging het snel. Meer dan 60 media uit de hele wereld hebben actief aandacht besteed aan het WCCC 2016 in Rotterdam, de regionale media in Nederland en de standaard plaatsingen van persberichten nog niet eens meegeteld. Nog nooit is er in Nederland zó breed en hoogwaardig gepubliceerd over de Chinese keuken. Dat deze al een aantal jaren in de kwalitatieve lift zat was tot voor kort minder bekend, maar het WK voor Chinese Gastronomie heeft menig Nederlander kunnen laten zien hoe dat Nederland in de voorhoede van de Chinese gastronomie beweegt. Nederland eindigde dit jaar op een fantastische tweede plaats, slechts 1 team in de wereld is beter. En die kwam uit China zelf.

De eervolle, maar onmogelijke uitdaging die ik als PR-directeur van het WCCC 2016 in slechts zes weken heb geklaard geeft vele nieuwe kansen waar de gezamenlijke Chinese horeca-ondernemers in Nederland nog jaren de vruchten van kunnen plukken.

Zie ook www.WCCC2016.com

 Foto: ANP/NRC door Jerry Lampen